Deze website maakt gebruik van Cookies Uitleg over cookies, met een link naar de pagina met privacy beleid Meer informatie Sluiten

Onafhankelijke SenaatsFractie

De OSF is een platform van onafhankelijke provinciale partijen

Kernwaarden: kleinschaligheid en de menselijke maat.
De politiek bestaat om de burger te dienen en niet andersom.

Verslag werkbezoek Schiphol;
Omgevingswet en NCMA

Werkbezoek Senator wederom zeer leerzaam

Op zaterdag 17 juni vond het jaarlijkse werkbezoek van de Senator plaats, dit jaar in Schiphol Airport. Ruim 20 mensen kwamen naar het Schiphol Conference Centre en waren onder de indruk van het programma en de bijdragen die twee sprekers hadden voorbereidt. Senator Hendrik ten Hoeve was heel stellig; “De mensen die er vandaag niet bij zijn hebben in mijn ogen een onjuiste keuze gemaakt.”

Het werkbezoek van de Senator is bedoeld voor de aangesloten politici die als Statenlid, Gedeputeerde of fractiemedewerker actief zijn in de provincies. De dag staat in het teken van het delen van bijzondere informatie en het aanhalen van de onderlinge banden. De Senator hierover; “De specifieke informatie die wij met onze eigen mensen delen is vooral bedoeld om de politici in de provincies een voorsprong te geven op hun collega’s. De vorige keer hebben wij het gehad over de diverse facetten van windenergie en het transport van energie. Dit jaar in Schiphol hebben wij aandacht besteed aan de nieuwe Omgevingswet en aan de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), zeg maar een rapportage van de staat van de infrastructuur met een doorkijk naar mogelijke knelpunten als er niets zou worden gedaan.”

Omgevingswet
Waldex Kooijman is een kenner van de nieuwe Omgevingswet. Zijn interesse komt vooraf voort uit zijn ervaringen tijdens zijn langdurige carrière als lid van de bouwdirectie van Schiphol. Het is dus geen toeval dat deze spreker het spits afbeet tijdens het werkbezoek. Waldex is politiek betrokken bij Pro Tiel en op provinciaal niveau bij Lokale Partijen Gelderland (LPG).

De omgevingswet is in de Tweede Kamer aangenomen maar is nog niet in werking getreden. Momenteel wordt aan een aantal Algemene Maatregelen van Bestuur gewerkt om de wet gereed te maken om ook met succes toe te kunnen passen.

De Omgevingswet gaat de Wet Ruimtelijke Ordening vervangen. De laatste jaren is namelijk gebleken dat de Wet RO te veel nadelen kent. Zo zijn de procedures te lang en biedt de wet tegenstanders de kans om bijna eindeloos te procederen. Tijdens de crisis is daarom een Crisiswet en later een Spoedwet aangenomen waardoor men voor bepaalde, belangrijke projecten om de Wet RO heen kon werken.

Er zijn meer nadelen aan de Wet RO. Alles is zo strak geregeld met dat er onbedoelde effecten optreden. Zo gelden de uitkomsten van bepaalde onderzoeken maar een paar jaar. Als er een bezwaarprocedure loopt en de geldigheidstermijn van onderzoeken is verlopen, moeten die helemaal opnieuw gedaan worden. Het tijdverlies en de extra kosten lopen daardoor onnodig hoog op. De Omgevingswet moet hier oplossingen voor bieden. In ieder geval klinkt het goed als we horen dat de nieuwe wet maar liefst 26 oude wetten gaat vervangen.

Waldex geeft nog een kenmerkende vernieuwend inzicht aan; “De oude wet ging uit van ‘Nee Tenzij’ terwijl de Omgevingswet als uitganspunt ‘Ja mits’ heeft. Het doel is heel duidelijk, men wil komen tot 1 wet waardoor straks voor kleine en grote projecten ook nog maar een vergunning nodig is. De regeldruk moet dus nadrukkelijk afnemen.

Het werken met slechts een vergunning zal een hele verandering zijn voor bijvoorbeeld gemeenten. Zij dienen eerst een Omgevingsvisie en dan een Omgevingsplan voor de gemeente te maken met daarin in grote lijnen de zaken die men wil vastleggen. Daarbij is het de uitdaging om, anders dan voorheen, zo min mogelijk vast te leggen. Er dient ruimte te komen voor ontwikkeling. De Omgevingsverordening moet de huidige planvoorschriften gaan vervangen.

Een gemeentelijk omgevingsplan dat helemaal wordt dichtgetimmerd zal bij de verzoeken voor vergunningen leiden tot afwijzingen. Als er minder voorschriften in het omgevingsplan zijn opgenomen is er dus meer (beleids)ruimte voor de diverse functies bij elkaar.

Naast een omgevingsplan per gemeente zal de gemeente ook met een loket moeten gaan werken. De meeste gemeenten moeten hun organisatie en digitale omgeving hier nog op aanpassen. Nog afgezien van de mentale verandering die nodig is om de Omgevingswet volledig tot haar recht te laten komen.

De Omgevingswet wordt over het algemeen als een positieve ontwikkeling gezien, een manier om het verkrijgen of uitgeven van vergunningen sterk te vereenvoudigen. Wel zijn er veel vraagtekens bij de exacte uitwerking na de invoering. Maar ja, dat is een bekende reactie op grote vernieuwingen.

NMCA
Nick de Graaf van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gaf als tweede spreker een inkijk in de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA).

*Elke vier jaar brengt het ministerie deze analyse uit van de toekomstige mobiliteitsgroei en de verwachte knelpunten op autowegen, spoor, vaarwegen en voor bus, tram, metro en fiets. De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) brengt potentiële ontwikkelingen op de lange termijn in beeld voor wegen, vaarwegen, spoorwegen en het regionaal.”, aldus Nick de Graaf.

Hij heeft zelf meegewerkt aan de totstandkoming van het rapport en begint zijn verhaal met de mededeling dat deze cijfers slechts een van de informatiestromen is die door de politiek, zodra er een nieuwe regering is gevormd, opgepakt moet worden. De politiek maakt de keuze welke knelpunten moeten worden aangepakt.

De Graaf; “Daarbij kunnen de provincies een belangrijke rol spelen. Het Rijk heeft niet de middelen om alle knelpunten aan te pakken, dus moeten er keuzes gemaakt worden. Als een provincie zelf, dus proactief, met een plan en budget naar het Ministerie stapt is de kans groter dat het betreffende knelpunt met stip stijgt in de prioritering.” Dat is ook de boodschap aan de deelnemers aan het werkbezoek en aan de overige bij OSF aangesloten politici in de diverse provincies.

Nick de Graaf stond in zijn verhaal ook uitgebreid stil bij het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Het MIRT geeft een beschrijving van hoe we gezamenlijk van opgaven naar oplossingen werken in een aantal fasen, eerst het strategische niveau, gevolgd door het tactische niveau en tot slot richting planuitwerking en uitvoering op projectniveau.

De discussie tijdens het werkbezoek ging vooral ook over de drijfveren van mobiliteit. Zaken als bevolkingsgroei, welvaartsgroei de verbeterende infrastructuur, de brandstofprijzen en toegankelijkheid van OV en de studenten OV kaart hebben stuk voor stuk invloed op onze mobiliteit. Daarmee is het meteen een van de meest complexe vraagstukken in onze samenleving. Elke verandering heeft gevolgen voor alle andere onderdelen.

De NMCA geeft aan dat er drie regio’s zijn waar de knelpunten snel zullen toenemen als er niets gebeurt. Het gaat dan om de Randstad, de regio Eindhoven en de regio Zwolle.

Het Werkbezoek werd afgesloten met een busrit over de luchthaven en een discussie tussen sprekers en deelnemers.

Chris Tiekstra