Deze website maakt gebruik van cookies. Door uw bezoek gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
Uitleg over cookies, met een link naar de pagina met privacy beleid Meer informatie Sluiten

Onafhankelijke SenaatsFractie

De OSF is een platform van onafhankelijke provinciale partijen

Kernwaarden: kleinschaligheid en de menselijke maat.
De politiek bestaat om de burger te dienen en niet andersom.

Dossier Engels in het primair onderwijs

22-09-2015
H. ten Hoeve / OSF

Voorzitter,
Discussies over taal hebben vaak een sterk emotionele toon. De gemiddelde Nederlander weet daar niet zo veel van, de gemiddelde Belg of de gemiddelde Fries des te meer. Maar bij wetgeving is het natuurlijk zaak om vooral het verstand te gebruiken, waarbij overigens wel rekening gehouden moet worden met gevoelens en gevoeligheden.

In een wereld met, zeker in Europa, snel vervagende grenzen is het een verstandig en zinvol uitgangspunt van de Europese Commissie dat iedere Europeaan tenminste twee vreemde talen, naast zijn moedertaal zou moeten leren. Nederland doet daar eigenlijk niet veel aan in aanmerking nemend dat op onze scholen het merendeel van de leerlingen wel Engels, maar nauwelijks meer Frans of Duits leert. De Nederlander neemt op taalgebied in het algemeen het pragmatische standpunt in dat Engels het moderne lingua franca is, dat de hele wereld dus maar Engels moet leren en dat alles daarnaast behalve voor hobbyisten eigenlijk overbodig is.

Maar Engels leren is dan dus wel algemeen erkend belangrijk en een mens leert een taal het beste op heel jonge leeftijd. Van het begin af aan tweetalig opgroeien blijkt in veel opzichten een voordeel te zijn, voor verdere taalverwerving, maar ook in het algemeen voor flexibel kunnen schakelen en mogelijk zelfs voor het verminderen van de kans op dementie. Friesland probeert van die wetenschap ten bate van de eigen taal gebruik te maken door tweetalige voorschoolse kinderopvang te stimuleren en de drietalige basisschool als norm te propageren. In het ideale geval betekent dat een basisschool met 40% Nederlands, 40% Fries en 20% Engels taalgebruik, strikt gescheiden in dagdelen om leerlingen ook duidelijk het onderscheid te laten maken. Niet dat dit ideaal overal bereikt wordt, lang niet zelfs, maar het betekent wel dat daar, in Friesland, dus toch ook al Engels, naast Nederlands en Fries als voertaal wordt gebruikt. En verder schrijft de minister zelf dat er in Nederland wel 1000 basisscholen zijn die aan vroeg vreemde talenonderwijs doen. Dat klinkt als vreemde taal als vak aangeboden krijgen, maar in de begingroepen zal dat in de praktijk toch ook vaak overlopen in een vorm van Engels als voertaal gebruiken, want lesjes leren is daar nog niet aan de orde.
Dus Engels als voertaal wordt in de Nederlandse scholen in de praktijk zo hier en daar natuurlijk al wel gebruikt en het is dus ook wetenschappelijk gezien waarschijnlijk zinvol dat te doen en daar ook vroeg mee te beginnen.

Maar Friesland laat ook nog wat anders zien, naast de drietalige en op zichzelf succesvolle aanpak, succesvol voor alle drie de gebruikte talen, en voor knappe en ook voor minder knappe leerlingen. Friesland laat ook zien dat het buitengewoon moeilijk is een taal in stand te houden en verder te laten ontwikkelen als er daarnaast een taal gebruikt wordt die als dominant ervaren wordt. De pragmatische keuze van te velen valt dan op de dominante taal en de dominante taal begint het normgevoel aan te tasten bij degenen die wel kiezen voor het gebruik van de zwakkere taal.

Of dat erg is, is een kwestie van persoonlijke opvatting, en van gevoel. En daar komen we dan bij het emotionele in de discussies over taal. Wie als ideaal ziet dat heel Europa Engels spreekt en het liefst de diversiteit ziet verdwijnen, die hoeft zich geen zorgen te maken. De ontwikkeling gaat ongemerkt die kant op. Wie liever een Europa heeft met bij iedereen voldoende kennis van het Engels en bij voorkeur nog een vreemde taal, maar daarnaast ook en vooral kennis van de eigen taal, wie dus kiest voor de diversiteit van Europa met zijn verscheidenheid aan talen, die soms al sinds de middeleeuwen gebruikt zijn als cultuurtaal, maar soms ook pas onder invloed van de 19e eeuwse romantiek ontwikkeld zijn tot cultuurtaal, - wie daarvoor kiest moet het effect van maatregelen juist in het primaire onderwijs, wel goed wegen.

Ik vind dat overheden verantwoordelijk zijn voor de taalkeuzes van het onderwijs en dat zij dat niet zomaar over mogen laten aan modegrillen. Ik neem aan dat de minister dat met mij eens is. Ik vind ook dat overheden verantwoordelijk zijn voor het garanderen van mogelijkheden voor het gebruik en de ontwikkeling van de eigen taal of talen, en dat zij daarvoor het onderwijs en hun eigen taalhouding en eigen taalgebruik moeten inzetten. Is de minister dat ook met mij eens?

Ik vind dus dat de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid draagt voor de Friese taal, daar zijn een aantal Europese verdragen voor ondertekend, maar ook voor de Nederlandse taal. En dat zal de minister toch ook met mij eens zijn?

Nederland had, net als Zwitserland en Noord-Duitsland er voor kunnen kiezen het Hoogduits als cultuurtaal te gebruiken maar het heeft al sinds de hoge middeleeuwen de westelijke variant van het Nederduits als cultuurtaal gebruikt en vooral in de 17e eeuw verder ontwikkeld. Nederlands immaterieel erfgoed.

En nu het concrete wetsvoorstel. Ik zie er geen bezwaar in om kinderen van heel jong af meertaligheid bij te brengen. Dat betekent allereerst respect voor de moedertaal, of dat nu Nederlands of Fries, of Turks of Koerdisch of Arabisch of Berbers is. Dat respect voor de eigen taal van een kind is in Nederland niet altijd aanwezig, maar daar zullen we het nu niet over hebben. Onderdompeling in Engels naast het gebruik van Nederlands past daar bij en helpt om ook Engels op hoog niveau te kunnen internaliseren. Maar daar moet wel een grens aan gesteld worden, want als het aandeel Engels als omgangstaal in de school te groot wordt, 40-50% bijvoorbeeld, dan zal blijken, daar ben ik van overtuigd, dat het Engels de dominante taal wordt en het Nederlands zijn functie van cultuurtaal in alle domeinen snel zal verliezen en daarmee ook de daarop toegesneden uitdrukkingsmogelijkheden. Dat proces is in de wetenschappelijke wereld al ver gevorderd. En die eigen uitdrukkingsmogelijkheden zullen nog veel sterker worden beperkt als we al in het primair onderwijs diverse vakken alleen in het Engels, met de Engelse terminologie, gaan onderwijzen. Kan de minister dat met mij eens zijn?

Het effect van een dominante, sterke taal die gebruikt wordt naast een zwakkere taal, is groot. We zien dat op veel plaatsen in de wereld.

Mijn conclusie zal duidelijk zijn. Het principe van onderdompeling van jonge kinderen in een andere taal kan prima werken, is aan te bevelen. Daarvoor ruimte geven in de wet heeft dus mijn steun. Maar ik wil niet graag carte blanche geven voor een vervanging van het verplichte gebruik van Nederlands of Fries door gebruik van Engels in een op termijn onbegrensde omvang. De 15% voertaal Engels, Frans of Duits die nu in de AmvB zal worden opgenomen als maximum levert bij mij geen bezwaar. Maar om de minister de mogelijkheid te geven dat percentage per AmvB onbegrensd, te verhogen, dat lijkt mij onverantwoord.

Vindt de minister ook niet, met mij, dat er een duidelijke bovengrens, in de wet, gesteld moet worden om daarmee verantwoordelijkheid voor de eigen taal te kunnen blijven dragen? Ik hoor graag de reactie van de minister.

Locomotie

Blijf ook op de hoogte van de ontwikkelingen van de onafhankelijke politiek.
Abonneer je nu en ontvang Locomotie levenslang gratis in de bus. >