Deze website maakt gebruik van cookies. Door uw bezoek gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
Uitleg over cookies, met een link naar de pagina met privacy beleid Meer informatie Sluiten

Onafhankelijke SenaatsFractie

De OSF is een platform van onafhankelijke provinciale partijen

Kernwaarden: kleinschaligheid en de menselijke maat.
De politiek bestaat om de burger te dienen en niet andersom.

Dossier Algemene (Europese) Beschouwingen

01-11-2016
H. ten Hoeve / OSF
Algemene beschouwingen Onafhankelijke Senaatsfractie

Voorzitter,

Wij zijn het er (bijna) allemaal wel over eens dat de wereld er niet rustiger op wordt, dat het moeilijker wordt om als klein land bescherming tegen allerlei gevaren te vinden en dat het van groot belang is dat we ingebed blijven in grotere totalen die beter opgewassen zijn tegen al die bedreigingen. Dat zijn dan voor ons natuurlijk vooral de NAVO en de Europese Unie. En van die beide is de Europese Unie tegenwoordig het meest controversieel en ook juist nu veel in het nieuws. Die Europese Unie, die het collectieve belang van de 28, of nu feitelijk 27, lidstaten moet behartigen, schiet vaak tekort in het kunnen bereiken van voldoende draagvlak bij lidstaten om vlot beslissingen te kunnen nemen, dus in daadkracht. Maar daarnaast, zoals wij nu zowel met CETA als het Oekraïne-verdrag merken, de EU schiet soms ook, spectaculair, tekort in het realiseren van doelen die juist breed gedragen worden, door obstructie van kleine minderheden.

Ons belang ligt heel direct bij een goed functionerende EU. De besluitvorming is stroperig, maar op zich is beslisssingsbevoegdheid goed verdeeld over Raad en Parlement, over lidstaten en rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers. Zo kan over bijv. handelspolitiek beslist worden. En wat op die manier door de Unie-organen beslist kan worden mag de Commissie zich niet uit handen laten nemen, zoals het nu gegaan lijkt te zijn, door een handelsverdrag tot gemengd verdrag te verklaren. Maar ook niet, natuurlijk, door te veel in een handelsverdrag te willen stoppen zodat het echt gemengd wordt. Is een systeem van klachtbeoordeling van ondernemingen tegen staten, of dat nu door tijdelijke arbiters of door een permanent rechterstribunaal gebeuren moet, nu een deel van een handelsverdrag dat op EU niveau kan worden beslist, of gaat dat verder en moeten dus de nationale parlementen in zo’n beslissing worden betrokken? Wat vindt de regering daar eigenlijk van?

De zaak ligt natuurlijk heel anders wanneer er echt meer dan alleen handel bedoeld wordt. Het geval dus van de Associatieovereenkomst met de Oekraïne. Daar kunnen goede redenen voor zijn, en in het geval van het Oekraïneverdrag zijn die er ook. Daarom hebben ook 27 landen het verdrag intussen al geratificeerd. Maar dan mag het niet kunnen gebeuren dat een door zoveel partijen uitonderhandeld en dus feitelijk niet meer aanpasbaar verdrag, door binnenlandse regelingen, zoals onze referendumwet, toch nog onderuit dreigt te gaan. Het belang van de EU totaal, alle lidstaten, sneuvelt hier vanwege een slecht gedefinieerd belang van een kleine groep en de onlustgevoelens van een wat grotere groep in één lidstaat. Bij talloze wetten voor binnenlands gebruik kan een referendum, zelfs een beslissend referendum, functioneren, maar hier dus niet. Conclusie: onze referendumwet moet aangepast worden en wel zo snel mogelijk en het liefst op een manier die niet aan een referendum onderworpen kan worden. Kan dat laatste en heeft de regering plannen in die richting? Resteert in dit verband natuurlijk nog de vraag hoe de regering verder handelt met het geval waar wij nu mee zitten. Met de regering vind ik dat het verdrag van groot belang is geratificeerd moet worden. En als de regering er in slaagt om een aantal op zich terechte interpretaties in een verklaring met de partners vast te leggen schept dat in ieder geval op een aantal punten duidelijkheid waarover tijdens het referendum niet bij iedereen duidelijkheid bestond. Deze zaak moet van tafel, hoe sneller hoe beter.

Overigens, de Oekraïne verdient wat mij betreft onze volle steun, maar moet onder zware druk gezet worden om de oostelijke provincies een wettelijk gegarandeerde speciale status toe te kennen en daarvoor een verkiezingsreglement vast te stellen. Luxemburg kan bestuurd worden als een eenheidsstaat, Nederland kan dat alleen bij voldoende decentralisatie van bevoegdheden, bij België kan het niet (alhoewel het misschien simpeler kan dan het nu geregeld is), en in de Oekraïne, zo groot als heel West-Europa, kan het naar mijn overtuiging ook niet. Wil de regering zijn invloed hier zo goed mogelijk aanwenden?

Dit zijn natuurlijk eigenlijk nog maar de kleinste problemen in deze wereld, waar intussen het hele Midden Oosten zowat in vlammen staat en waar bijna iedereen tegen iedereen vecht of hoogstens uit opportunistische gronden en dus tijdelijk met anderen meevecht. Europa kan weinig meer doen dan voortdurend te manen tot terughoudendheid en zowel hier als in de regio de vreselijke humanitaire gevolgen zo goed mogelijk helpen opvangen. En daarbij is de eerste en mogelijk te emotionele reactie van bondskanselier Merkel “Wir schaffen das!” toch eigenlijk nog steeds de meest humane en dus meest moreel verantwoorde leidraad voor onze benadering en onze ook financiële bereidheid tot hulp.

Wat wij wel zouden willen in het Midden Oosten is dat de diverse godsdienstige en etnische groepen een door tolerantie gedragen modus vivendi vinden zodat er in die zo pluriform samengestelde staten weer gemeenschappelijkheid en dus een normaal leven kan ontstaan. Ik vrees dat dat niet gaat lukken en ik vrees dat wij die volledige acceptatie van “anderen” hier in Nederland ook niet realiseren. Discriminatie van wat vreemd is komt hier natuurlijk ook voor, waarschijnlijk zelfs steeds meer in plaats van steeds minder. Maar het blijkt ook bij ons moeilijk te accepteren dat mensen die hier wonen of zelfs echt Nederlander zijn, toch ook een sterke band hebben met een ander land. Wat in Turkije gebeurd is, was voor dat land buitengewoon ingrijpend en dus is het dat ook voor iedereen die zich met dat land verbonden voelt. Dat Nederlanders die óók Turk zijn (en dat heeft niet alleen met staatsburgerschap te maken!) zich op zo’n cruciaal moment vooral uiten als Turken en de Turkse vlag meevoeren, hoeft niet te verwonderen. En hoeft ook niet tot verwijten te leiden. Verwijtbaar wordt het pas wanneer onderlinge tegenstellingen leiden tot gedrag dat strijdig is met onze wetgeving. Dan is niet alleen verwijten maar ook ingrijpen op zijn plaats. Tot zolang mag iedereen hier aanhanger van Erdogan, van Gülen of van Öcalan zijn, of een tegenstander van alle drie, en hoeven wij niet te bepalen wat voor hen de beste keuze is. Kan de regering het hier met mij eens zijn?

Voorzitter, nog kort over waarschijnlijk toch wel het grootste binnenlandse probleem, de gaswinning. Er zal voor de eerstkomende tijd gas nodig zijn, dat is duidelijk. Maar een jaarlijkse winning van 24 miljard kuub in het Groninger veld is te veel om de aarde tot rust te brengen. En intussen wordt naar kleinere velden gezocht, boven de Waddeneilanden, in zuidwest Friesland, in noordoost Friesland en overal levert dat uiteraard verzet op.

  1. Allereerst. De gouverneur van de Bank of England heeft vorig jaar al eens bepleit dat twee derde tot vier vijfde van de olie- gas- en kolenvoorraden in de grond moet blijven zitten vanwege de gevolgen van klimaatverandering. De president van de Nederlandse Bank was dat met hem eens. Een intentie in die richting met betrekking tot het Nederlandse gas is nog niet te merken. Vindt de regering dat dit het streven moet zijn?
  2. Het schadeherstel in Groningen loopt nog niet goed en leidt tot veel kritiek, nu weer omdat verreweg het meeste geld gaat zitten in voortdurend onderzoek, taxatie en beoordeling in plaats van in herstel. De voorzitter van VNO-NCW Noord heeft voorgesteld eenvoudig al het vastgoed in het getroffen gebied dat aangeboden wordt op te kopen tegen aardbevingloze marktprijzen, het gebied te herontwikkelen en tegen marktconforme voorwaarden weer aan de eerdere eigenaren of anderen beschikbaar te stellen. De uitspraak van de rechter dat de prijsdaling in het gebied aan iedereen vergoed zou moeten worden kan op die manier gerealiseerd worden en van het gedoe over wat nu precies de oorzaak is van een bepaalde schade zijn we dan af. Dat scheelt ook veel kosten! Vindt de regering dat een oplossing?
  3. Derde punt. Noordoost Friesland wil met tegenzin akkoord gaan met beperkte gasboringen bij Ternaard, maar vindt dan dat een substantieel deel van de winst aan de regio ten goede moet komen. Dat is in het verleden natuurlijk vaak gevraagd maar nooit gebeurd. Vindt de regering ook dat dit de pijn van de te lopen risico’s in ieder geval kan verminderen en dus de winning acceptabeler kan maken? En is de regering, ondanks het feit dat de rijksinkomsten uit gas al zwaar onder druk staan, bereid om daar eens serieus over na te denken?

Ik wacht graag op de antwoorden van de minister-president.

 

08-03-2016
H. ten Hoeve / OSF
“Wij kunnen niet zonder Europa”

Voorzitter,
Als er één ding duidelijk blijkt op dit ogenblik, dan is het dat wij Europa, de Unie, niet kunnen missen. Dat landen alleen niet meer opgewassen zijn tegen de grote problemen waar wij mee geconfronteerd worden. Dat was natuurlijk ook al duidelijk na de economische crisis, en na de bankencrisis en na de crisis van de zuidelijke landen, met de uitschieter Griekenland, na de politieke crisis in Oekraïne en nu dus na, nee middenin, de crisis door een Midden-Oosten waar iedereen met iedereen vecht. In al die gevallen zou je kunnen denken, wij zijn toch een land met een sterke economie, we kunnen onszelf wel redden. Maar in al die gevallen moet de conclusie toch zijn dat Europa meer kan dan wij kunnen en dus ook dat welbegrepen eigenbelang meer gediend is met Europese solidariteit, ook al kost dat soms wat, dan met nationalistisch gemotiveerd isolement.

Wat ook blijkt is dat wij er, weer, te lang over gedaan hebben om te ontdekken dat sommige zaken beter door Europa geregeld kunnen worden. Als wij in Europa jaren eerder geluisterd hadden naar Italië, Griekenland en Spanje, die soms smeekten om een Europese regeling van de asielproblematiek, anders dan de Dublin-regeling, dan was de situatie nu anders geweest. De Dublin-regeling heeft immers nooit echt gewerkt omdat verreweg de grootste druk van asielzoekers nu eenmaal altijd in Zuid-Europa terecht kwam. Dublin werd dus altijd al ontdoken en hadden wij toen een meer solidaire regeling met gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het asielbeleid ontworpen dan hadden wij nu, ondanks de enorme aantallen, een beter gereguleerde situatie gehad. De conclusie lijkt mij leerzaam voor heel veel andere terreinen.

Dat wij te laat zijn ontslaat ons niet van de verplichting om nu alsnog zo goed mogelijk met de situatie om te gaan. Die situatie dwingt tot hulp aan Griekenland en ook tot de bereidheid om Dublin aan te vullen met een verdelingsmechanisme, dat wij nu helaas niet meer kunnen opdwingen aan (Oost) Europese landen die dat beslist niet willen. Daarvoor hadden wij eerder afspraken moeten maken. En het dwingt ons, gelet op de aantallen, om al degenen die geen kans maken terug sturen. En om dat effectief te laten verlopen hebben wij Turkije nodig om economische vluchtelingen terug te nemen, en gezien de deal die in de maak is, misschien wel alle vluchtelingen die naar Griekenland komen. Waar dan wel een terugnameverplichting op en geordende, legale manier staat, natuurlijk. Het is de weg die de Duitse Bondskanselier wijst en die alleen door Europa gemeenschappelijk gegaan kan worden. Is de minister het er mee eens dat deze weg bewandeld moet worden, ondanks de problemen die mogelijk zijn met het vluchtelingenrecht? En als dat zo is vindt hij dan dat dit geld mag kosten en dat wij, na alles wat Turkije zelf al gedaan heeft voor bijna 3 miljoen vluchtelingen, daarbij ook wel snel over de brug mogen komen? Met geld en ook met de legale overname van vluchtelingen?

Daar liggen nog wel enkele vragen achter. Bij een verdergaande Europese ordening van het asielbeleid hoort ook een Europese vaststelling van veilige landen van herkomst en van veilige derde landen. Is de minister dat met mij eens? Daar is nog maar weinig aan gebeurd. En dan natuurlijk de vraag, kan Turkije gelden als veilig derde land? Maar vooral kan Turkije gelden als veilig land van herkomst? En verder. Georgië krijgt na nauwkeurige beoordeling van de omstandigheden en regelingen daar voor haar inwoners vrijstelling van visumplicht voor de EU. Hoeveel eisen willen en kunnen wij daarvoor stellen aan Turkije? En tenslotte natuurlijk ook, in hoeverre zal de EU de bereidheid uitspreken om Turkije ook als lid op te nemen nu de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de interne situatie van het land in het verleden wel eens dichter de eisen van de EU voor nieuwe leden benaderd heeft dan momenteel het geval is. Dat betreft dan interne democratie, rechtszekerheid, en misschien wel vooral Koerdenproblematiek. Hoe staat de minister in het dilemma dat hier mogelijk opdoemt?

In ditzelfde verband kunnen we dan ook nog wel even constateren dat we nu ineens om Schengen te redden een grote behoefte hebben aan een betrouwbare en dus gemeenschappelijke buitengrensbewaking, en dat ook daarvoor geldt dat we er te laat achter komen en dat we eerder bereid hadden moeten zijn om hier geld voor uit te trekken. Waarom heeft Europa een crisis nodig om bij zinnen te komen en te beseffen dat we met elkaar in één boot zitten?

Voorzitter, de conclusie dat wij te laat zijn met de ontdekking dat wij de grote dingen, niet de kleine dingen natuurlijk, maar wel de grote dingen beter Europees aan kunnen pakken dan in Alleingang, geldt wat mij betreft niet alleen voor de asielproblematiek en de grensbewaking. Wij hebben heel lang vast gehouden aan “soevereiniteit op belastinggebied”. Er komt beweging in nu ook de OESO er werk van maakt om voor iedereen geldende uitgangspunten te formuleren, maar ook hierin geldt natuurlijk dat verdergaande harmonisatie van de winstbelastingsystemen uiteindelijk iedereen, of in ieder geval het Europese totaal, ten goede zou komen. Dat laatste geldt natuurlijk ook voor de mogelijkheid om op naam van de Unie staatsleningen te kunnen plaatsen, eurobonds. Het idee lijkt afgeschoten, maar het blijft nuttig deze mogelijkheid in gedachten te houden. Nederland geeft de mogelijkheid om tegen de voor Nederland geldende rentevoeten geld door te lenen aan Curaçao en Sint Maarten, overigens niet aan Aruba. Vindt de minister niet dat de Unie als geheel er economisch evenwichtiger van zou worden als wij iets meer, maar de tekortlanden veel minder rente zouden moeten betalen op hun staatsleningen? Waar dan trouwens wel een strak handhaven van het Groei- e Stabiliteitspact tegenover moet staan. De gouverneurs van de Banque de France en de Bundesbank pleitten kort geleden voor een financierings- en investeringsunie om schuldfinanciering in de eurozone te kunnen terugdringen. Kan de minister mij uitleggen wat zij daarbij in gedachten hebben? Gaat dat niet een eindweegs de kant op van eurobonds?

In ditzelfde verband. Wij lopen er nu tegen aan dat de begrotingsregels van de EU star zijn, te star om makkelijk geld te kunnen vrijmaken voor plotselinge urgente zaken. Het meerjarig begrotingskader is daarbij een tamelijk rigide dwangbuis voor een Commissie met de aspiraties om Europese politiek te bedrijven en zichtbaar te maken. Zou niet een nieuwe Commissie zelf moeten kunnen onderhandelen over een voor hun zittingsperiode geldende begrotingsafspraak? En wordt het dan ook niet tijd om te komen tot echt eigen middelen voor Europa? Het werkt toch op dit ogenblik zo dat de verdeling van de contributies, de bijdragen van de landen, officieel weliswaar gebaseerd zijn op een eerlijk uitgangspunt, maar in feite altijd weer discussie oproepen, zeker als er nabetalingen aan te pas komen. En het is ook zo dat ieder land te angstvallig blijft kijken of al het betaalde wel terugkomt in subsidies. Daar is niet makkelijk echte Europese politiek mee te bedrijven. Laat een nieuwe Commissie in onderhandeling met Raad en Parlement een percentage van de btw vaststellen dat voor Europa bestemd is. Of, zoals de Duitse minister Schäuble voorstelde, laat de EU een eigen belasting op benzine en diesel heffen. Dat is helder, het gaat uit van de draagkracht van de lidstaten en het komt de politisering en daarmee de democratisering van Europa ten goede. Wat vindt de minister?

Voorzitter, kort over een heel andere zaak. Wij krijgen binnenkort het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne. Ik heb voor dat verdrag gestemd en ik sta daar nog altijd achter, maar het optreden van de Oekraïense regering en het parlement tegenover Rusland en tegenover de opstandige provincies in het oosten speelt natuurlijk wel een rol in de uiteindelijke beoordeling van het nut van de overeenkomst. Op 3 maart is er een bijeenkomst geweest van de partners in het zgn. Normandië-format waar nog steeds geen regeling voorligt voor de verkiezingen in de oostelijke provincies. Dat lijkt bijna op obstructie. Hoe ziet de minister dat?

Voorzitter, de architectuur van Europa is niet helemaal wat ik als ideaal zie. Ik denk nog steeds dat een Europa van regio’s een evenwichtiger Europa zou kunnen zijn dan een Europa van grote en kleine, tot zelfs heel kleine staten. Maar de staat, met al zijn historie, schuif je niet zo maar aan de kant. Daarom is het samenspel van de Europese volken in het Parlement, de Europese staten in de Raad en de nog wat onvolgroeide uitvoerende macht in de Commissie een goede basis voor Europees bestuur. Op deze basis, dus met het Verdrag van Lissabon kunnen we nog een heel eind verder. Ik begreep dat, ook kort geleden, de ministers van Buitenlandse Zaken van de “founder-nations”, de oorspronkelijke zes die de EGKS en daarna de EEG en Euratom zijn begonnen, er voor gepleit hebben om verder te gaan met een “ever closer union”. In tegenstelling tot de afspraken voor Groot Brittannië, dat die kant juist niet op wil, maar waarvan het nog maar de vraag is of zij een Brexit kunnen voorkomen. Misschien moest Cameron de Engelsen en de Schotten maar apart laten beslissen over wel of niet uittreden, dat zou een mooi beeld op kunnen leveren van de mate van of juist gebrek aan samenhang binnen het Verenigd Koninkrijk zelf. Wat daar ook van komt, ik ben het eens met de ministers van de “founder-nations”, waar minister Koenders naar ik aanneem ook bij hoorde. Misschien kan hij ons wat vertellen over die gelegenheid en de concrete reden om een dergelijke uitspraak met elkaar te doen.

Tenslotte voorzitter. Er zit momenteel een Commissie in Brussel die bereid is de Unie te laten afslanken waar dat nodig is, maar ook te laten optreden waar dat nodig is. Het Nederlandse voorzitterschap geeft ons momenteel grote verantwoordelijkheid. Juist ook Nederland heeft bijgedragen aan een negatieve benadering van Europa en dus ook aan dat eeuwige “te laat” bij het nemen van noodzakelijke maatregelen. Het voorzitterschap mag zich van mij de “ever closer union” van onze minister tot taak stellen. Eventueel met een aparte kopgroep. Laat Nederland dan wel bij die kopgroep horen!

Locomotie

Blijf ook op de hoogte van de ontwikkelingen van de onafhankelijke politiek.
Abonneer je nu en ontvang Locomotie levenslang gratis in de bus. >