Digitale Nieuwsbrief Onafhankelijke SenaatsFractie

Nieuwsbrief week 49

Algemene Politieke Beschouwingen
4 december 2012
C.A. de Lange (OSF)


Voorzitter.

Gegeven de beperkte spreektijd die vandaag voor mijn fractie beschikbaar is, zal ik me concentreren op een beperkt aantal onderwerpen. Het gaat dan wel om beleidsvoornemens die een erg grote invloed hebben op het toekomstig reilen en zeilen van ons land, en waarover zeer veel onduidelijkheid wordt gelaten, zeker ook in het regeerakkoord.

Eerst een paar woorden over het tot stand komen van dit regeerakkoord. Op het gênante gedoe dat een regering die nog met regeren moet beginnen al vanaf dag één in crisisberaad is, valt veel kritiek te leveren. De geloofwaardigheid van deze coalitie is al grondig aangetast nog voordat men is begonnen. In een tijd waarin plannen worden voorbereid die zeer grote gevolgen voor de gewone burger hebben, is deze valse start dubbel problematisch. Voor ingrijpende maatregelen is immers een breed draagvlak onder de bevolking cruciaal. Dat daar zo uitermate slordig mee is omgegaan, zal ons nog jaren blijven achtervolgen.

Laat me een waarneming met u delen die ik als grootvader van een aantal kleinkinderen onlangs kon doen. Als jonge kinderen zich niet geheel gedragen zoals de schoolleiding dat graag ziet, wordt het kind voor enige tijd op een zogenaamde bezinningsstip, een punt in de hoek van het lokaal geplaatst. Deze regering zou bij haar beraad naar de mening van mijn fractie beslist ook gebaat zijn bij een dergelijke bezinningsstip. Dit bevordert het besef dat denken vooraf gaat aan doen, en hoeft bovendien nauwelijks iets te kosten.

Maar laat me beginnen met de toonzetting waarmee dit kabinet van start is gegaan. In de retoriek bestaat zeer veel aandacht voor het verschijnsel ondernemer. Deze kennelijk zeldzame diersoort wordt het volk als ideaal voorgehouden en tot voorbeeld gesteld. Nu is het ver van mij om het belang van ondernemerszin voor de economie van ons land niet te onderkennen. Maar men kan overdrijven, en dat doet men als men wat al te gemakkelijk voorbij gaat aan de inbreng van zeer veel andere uitermate nuttige groepen in onze samenleving die zich niet met het goudgerande label van ondernemer kunnen sieren. Te denken valt aan rechters, aan mensen die werken in het onderwijs, van lagere school tot universiteit, aan mensen die met enorme inzet en onder moeilijke omstandigheden de gezondheidszorg in dit land gaande houden, aan vrijwilligers die op alle niveaus het smeermiddel van onze samenleving zijn. Als vrijwilligerswerk betaald zou moeten worden, zou het wel gaan om een bedrag in de orde van 10 miljard euro per jaar. Als op Prinsjesdag ons kabinet op audiëntie gaat bij de voorzitter van VNO-NCW die daartoe Nieuwspoort heeft afgehuurd, is dat naar de mening van mijn fractie het verkeerde signaal op de verkeerde dag en op de verkeerde plaats. Lobbyisten voor deelbelangen dienen met iets meer terughoudendheid tegemoet getreden te worden.

Als er financiële problemen zijn, is het altijd verstandig je in de eerste plaats op grote uitgaven en uitgaven met grote risico’s te concentreren. En dat brengt me dan zonder verdere omwegen bij de eurocrisis die nu al jaren voortwoekert en vooralsnog niet opgelost is. De tijd ontbreekt me om een overzicht te geven van alle verkeerde inschattingen die in de afgelopen jaren door de regering met veel aplomb over de Nederlandse samenleving zijn uitgestort. We zijn eigenlijk gewoon om de tuin geleid. Wat eerst gepresenteerd werd als een financiële zegen voor ons land, is nu verkeerd in een molensteen om de nek van onze samenleving, om maar eens een beeldspraak te gebruiken waarmee ik als Zaankanter opgegroeid ben. Nog maar een week geleden is met Griekenland is een nieuwe afspraak gemaakt over de te betalen rente en de looptijden van de staatsschulden. De aanvankelijk verstrekte leningen (van mei 2010) hadden een rente van 4%. Deze rente waarin een belachelijk lage ‘risico-opslag’ voor zo’n dubieuze schuldenaar was natuurlijk op zich al een vorm van een ‘bail-out’. Inmiddels is de rente verlaagd naar 0,7%. Deze ‘bail-out’ kost de Nederlandse belastingbetaler officieel geld, volgens minister Dijsselbloem circa € 1 miljard. Natuurlijk wordt nu ontkend dat het om een ‘bail-out’ gaat, die volgens het EU-verdrag tussen eurolanden overigens verboden is. Er is dus gewoon sprake van een verdragsschending, hoewel dat in alle toonaarden ontkend wordt. De gewone Nederlander echter kijkt en luistert: als het kwaakt als een eend, als het waggelt als een eend, als het eruit ziet als een eend, dan zal het wel een eend zijn. Niettemin worden duurbetaalde juristen van de Trojka ingezet om te betogen dat het niet om een ‘default’ zou gaan. De burger weet wel beter. Ook de opmerking van de premier dat het enige wat Nederland nu doet het afzien van onze winst is, wordt door niemand met economisch benul nog serieus genomen. De ongeloofwaardigheid van deze regering wordt er alleen maar weer groter door.

Officieel zit de Nederlandse regering nog steeds op de lijn dat de euro in alle landen die de euro gebruiken overeind moet blijven. Tot elke prijs nog wel, dus dat kan aardig oplopen. Merkwaardig is dat het tot elke prijs ‘doormodderen’ de enige beleidsoptie is die nu al jarenlang met steeds minder overtuigingskracht door onze regering wordt uitgedragen. Het nadenken over alternatieve scenario’s wordt bepaald niet aangemoedigd. In feite voert deze regering een ontmoedigingsbeleid ten aanzien van creatief nadenken over mogelijke oplossingsrichtingen voor dit gigantische probleem. In Duitsland is dat heel anders. Daar wordt in de media uitgebreid gediscussieerd over alternatieve opties naast die van ‘doormodderen’.

Gelukkig komt nu toch ook in Nederland de discussie op dit cruciale punt mondjesmaat op gang. Onlangs kwam het rapport Graafland uit, dat zich baseert op het Optimum Currency Area (OCA) model. Dit model gaat uit van zowel economische als politiek voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om een levensvatbare monetaire unie te vormen. De drie economische voorwaarden zijn: (i) de arbeidsmobiliteit moet hoog zijn en de arbeidsmarkt flexibel; (ii) de productiestructuur mag niet te verschillend zijn; en (iii) de openheid en intensiteit van de handelsrelaties moeten beide in voldoende mate aanwezig zijn. Aan deze voorwaarden is niet of nauwelijks voldaan. Met het voldoen aan de drie politieke voorwaarden is het volgens het rapport niet veel beter gesteld: (i) de hoogte van de onderlinge transfers is beperkt; (ii) de politieke preferenties over het te voeren financieel-economisch beleid zijn heterogeen; en (iii) de mate van solidariteit is begrensd. Verder meldt het rapport dat ‘de moeizame onderhandelingen over de EU-begroting illustreren dat de kans op substantiële vergroting van overdrachten klein is. Omdat culturele verschillen persistent zijn en zich niet per verdrag laten opheffen, zullen verschillen in politieke preferenties blijven voortduren. Culturele diversiteit stelt verder grenzen aan de mate van solidariteit’. In gewone mensentaal, aan de economische voorwaarden is niet voldaan en de politieke voorwaarden om de eurozone goed te laten functioneren zijn onverkoopbaar aan de kiezer. Graag verneemt mijn fractie in enig detail hoe de regering aankijkt tegen dit rapport, en of men de conclusies ervan onderschrijft. Intussen voelt ook de premier zo langzamerhand aan dat de oplossing van de eurocrisis met de huidige aanpak steeds verder uit zicht raakt. Dat is ook geen wonder. Het echte probleem van Griekenland en Spanje, maar van die landen niet alleen, is dat het ondernemingen in die landen aan concurrentiekracht. Zij kunnen niet of nauwelijks de competitie met de rest van de wereld aan zolang zij aan een keiharde euro blijven vastgeklonken. Wie gaat nog in die landen investeren? Met de bezuinigingsdrift die momenteel in ons land woedt, heeft de Nederlandse ondernemer wel andere prioriteiten. Echter, in het Duitse Handelsblatt van 30 november 2012 sprak onze premier zich in een interview uit vóór het aanpassen van het Europese verdrag. Hierbij zou een uittree-clausule opgenomen moeten worden dat landen de eurozone kunnen verlaten zonder de Europese Unie te verlaten. Deze vlaag van nieuw inzicht lijkt een stapje in de goede richting. Waarom we in eigen land niet getrakteerd worden op deze nieuwe gedachten, mag overigens verbazen. Graag verneem ik van de regering of men een dergelijke verdragswijziging actief gaat bepleiten. Of gaat onze premier opnieuw ‘met geladen pistool’ naar Brussel om vervolgens losse flodders af te schieten? Ook sprak de premier zich in hetzelfde interview uit tegen een federaal Europa en tegen een politieke unie in Europa. Mijn fractie verneemt graag wat de status van deze opmerkingen is. Gaat het hier om beleid van de huidige coalitie, of valt dit onder het hoofdstuk ‘losse gedachten’?

Ons land staan enorme bezuinigingen te wachten. Dat Nederland hiermee weer eens het braafste jongetje van de klas dreigt te worden, omdat andere landen uit de Eurozone hun begrotingsdoelstellingen niet kunnen of willen halen, plaatst dit beleid in bijzonder perspectief. En als er dan al bezuinigd moet worden in de mate waarin deze regering kennelijk gelooft, dan is de volgende vraag bij wie die enorme bezuinigingen neerslaan. In de Volkskrant van 1 december 2012 verscheen een artikel onder de provocerende titel ‘Breedste schouders, lichtste lasten’. Hierin wordt betoogd dat het Nederlandse en internationale bedrijfsleven steeds minder aan de staat afdraagt en dat de lasten in toenemende mate bij de Nederlandse werknemer en voormalige werknemer worden neergelegd. Of het steeds zwaarder belasten van de Nederlandse werknemer en voormalige werknemer in macro-economische zin een goed idee is, valt te betwijfelen. Deze constateringen van de Volkskrant lijken de zoveelste aanslag op het broodnodige draagvlak voor het voorgenomen beleid. Graag hoor ik of deze ontwikkeling gevat kan worden onder het motto ‘eerlijk delen’, en of deze afweging binnen de coalitie ook valt onder de noemer van het veelbezongen ‘elkaar iets gunnen’.

Het is bepaald niet overdreven om te stellen dat de gevolgen van de eurocrisis enorm zijn en dat we er nog vele jaren de wrange vruchten van zullen plukken. Wat men graag onderbelicht laat, is wat het storten van grote bedragen in de bodemloze Europese put en het volgen van een politiek die middels het verlenen van miljardengaranties zeer grote financiële risico’s met zich brengt, betekent voor grote delen van onze bevolking. Het moge duidelijk zijn dat de eurocrisis en het ECB beleid om de rente kunstmatig laag te houden desastreus zijn voor bijvoorbeeld de situatie van het merendeel van de pensioenfondsen in Nederland. De drie miljoen gepensioneerden in ons land waarvan de grote meerderheid al jaren geen indexatie heeft ontvangen, kunnen hier over meepraten. De koopkracht van hun aanvullend pensioen is in de afgelopen paar jaar met meer dan 10% teruggelopen, en dan praten we nog maar niet over de voorgenomen kortingen op de nominale pensioenen. Ook voor jongere deelnemers zijn, mede door de regeringsplannen, de vooruitzichten ronduit somber. Dit buitengewoon ernstige probleem dient onder ogen gezien te worden. Ik hoor niet bij de categorie die meent dat er bij de pensioenfondsen niets aan de hand is omdat ‘het geld over de plinten zou klotsen’. Onbegrip over financieel risicomanagement kan naar de mening van mijn fractie nooit een basis zijn voor verstandig financieel beleid. Echter, graag verneem ik in welke richting de regering oplossingen zoekt en wanneer.

Laat me mijn eerste termijn afronden. Mijn fractie maakt zich ernstige zorgen over de financiële positie van Nederland, maar misschien nog wel meer over de door deze coalitie gekozen aanpak. Naar de stellige overtuiging van mijn fractie is het voorgenomen beleid op veel punten onrealistisch en ineffectief. Op een beperkt aantal van de zaken die onder deze noemer vallen, ben ik vandaag ingegaan.

Den Haag, 4 december 2012

Onafhankelijke SenaatsFractie
De Vennen 27, 9321 HZ Peize • t. 050 - 503 36 31 info@osfractie.nlwww.osfractie.nl
   
Afmelden Nieuwsbrief  
 


De informatie in dit e-mail bericht is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde is verboden. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan. Onafhankelijke SenaatsFractie kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele gevolgen van het gebruik voortvloeiend uit het gebruik van e-mail via Internet.