Digitale Nieuwsbrief Onafhankelijke SenaatsFractie

Nieuwsbrief week 24

Antwoorden op vragen van Senator Kees de Lange
over problematiek rondom Friese taal


Staatssecretaris Halbe Zijlstra heeft namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geantwoord op vragen van Kees de Lange over de problematiek rondom de Friese taal.

Onderstaand de vragen en de antwoorden.

Vraag 1. Is de minister op de hoogte van het voornemen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) om de hoofdvakstudie Friese Taal en Letterkunde met ingang van september 2012 op te heffen en met andere kleine letterenstudies samen te voegen in een nieuwe brede studierichting Europese Talen en Culturen?

Antwoord 1. Ik heb begrepen dat - in afwijking van hetgeen op de website van de Rijksuniversiteit Groningen met betrekking tot het Fries is gesteld - de bacheloropleiding Friese taal en cultuur aan de RUG als afzonderlijke opleiding geregistreerd blijft in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO). Genoemde opleiding wordt aangeboden in samenwerking met de nieuwe, brede bacheloropleiding Europese Talen en Culturen, mede om de houdbaarheid van het Fries (waarvoor zich zeer weinig studenten aanmelden) te garanderen. Zie ook mijn antwoorden op de vragen van de leden Jadnanansing en Jacobi (beiden PvdA) van de Tweede Kamer over de toekomst van de opleiding Friese Taal en Cultuur, die ik te uwer informatie heb bijgevoegd.

Vraag 2. Is de minister op de hoogte dat de RUG verder van plan is de formatie voor de studie Fries terug te brengen van 3,3 FTE naar 0,9 FTE, waardoor er van een levensvatbare hoofdvakvestiging Fries geen sprake meer kan zijn?

Antwoord 2. Ik treed niet in de overwegingen of besluiten van het bestuur van de RUG met betrekking tot de omvang van de formatie voor deze of gene opleiding. Wat van belang is dat de bachelor Fries qua programma wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de nieuwe brede bachelor Europese talen en Culturen, juist met het oog op de levensvatbaarheid van de opleiding Friese taal en cultuur. De kwaliteit van opleidingen wordt geregeld via het systeem van accreditatie.

Vraag 3. Is de minister het met ons eens dat dit voornemen in strijd is met de geldende Bestuursafspraak Friese Taal en Cultuur (BFTC) 2001, artikel 2.8?

Antwoord 3. Nee. In mijn antwoord op de vragen 1 en 2 heb ik al aangegeven dat de RUG uitdrukkelijk beoogt de bacheloropleiding Friese taal en cultuur in stand te houden als afzonderlijke opleiding in het CROHO. Met de inbedding van deze opleiding in de nieuwe brede bachelor Europese talen en culturen wordt de levensvatbaarheid van de opleiding Friese Taal en cultuur mijns inziens juist bevorderd. Overigens is de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur van 2001 per 1 januari 2012 verlopen. Momenteel wordt gewerkt aan de totstandkoming van een nieuwe Bestuursafspraak Friese taal en cultuur.

Vraag 4. Is de minister het voorts met ons eens dat dit voornemen in strijd is met de door Nederland ondertekende bepalingen van het Europees Handvest voor Regionale Talen en Talen van Minderheden en het Kaderverdrag voor de bescherming van Nationale Minderheden?

Antwoord 4. Ingevolge het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden heeft Nederland zich via artikel 8 lid 1e ii, eraan verbonden om voorzieningen te verschaffen voor de bestudering van de Friese taal als vak in het universitair en hoger onderwijs. Mijns inziens zijn de huidige plannen van de RuG ten aanzien van het universitair onderwijs met betrekking tot de Friese taal- en letterkunde niet in strijd met deze bepaling van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Ook leveren deze plannen naar mijn oordeel geen strijd op met de in vraag 4 genoemde bepalingen uit het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.

Vraag 5. Hoe denkt de minister nu uitvoering te geven aan de in de BFTC geformuleerde garanties met betrekking tot de hoofdvakvestiging Fries aan de RUG, waarbij geen sprake mag zijn van een de facto achteruitgang?

Antwoord 5. Zoals ook onder vraag 3 is vermeld, is de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur van 2001 verlopen.

Vraag 6. Is de minister het met ons eens dat het essentieel is dat er in de nieuwe BFTC wederom afspraken gemaakt worden met betrekking tot de hoofdvakvestiging Fries aan de RUG, waarbij geen sprake mag zijn van een de facto achteruitgang?

Antwoord 6. Nee. Aanduidingen als ‘hoofdvakstudie’ en ‘hoofdvakvestiging’ zijn niet meer van deze tijd en hebben sinds de invoering van de bachelor-master-structuur geen betekenis meer. Daarom heb ik niet het voornemen om afspraken over de toekomst van de wetenschappelijke beoefening van de Friese taal en cultuur te maken in termen van door de rijksoverheid te geven ‘garanties’. Het probleem ligt immers niet in de te garanderen omvang van universitaire voorzieningen maar in de geringe belangstelling voor het vak Fries als universitaire discipline. Garanties met betrekking tot voorzieningen hebben geen betekenis als het aantal inschrijvingen sterk achterblijft.

Onafhankelijke SenaatsFractie
De Vennen 27, 9321 HZ Peize • t. 050 - 503 36 31 info@osfractie.nlwww.osfractie.nl
   
Afmelden Nieuwsbrief  
 


De informatie in dit e-mail bericht is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde is verboden. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan. Onafhankelijke SenaatsFractie kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele gevolgen van het gebruik voortvloeiend uit het gebruik van e-mail via Internet.