Deze website maakt gebruik van cookies. Door uw bezoek gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
Uitleg over cookies, met een link naar de pagina met privacy beleid Meer informatie Sluiten

Onafhankelijke SenaatsFractie

De OSF is een platform van onafhankelijke provinciale partijen

Kernwaarden: kleinschaligheid en de menselijke maat.
De politiek bestaat om de burger te dienen en niet andersom.

Limburg koploper in onafhankelijke lokale politiek

Gemeenteraadsverkiezingen:
lokalen scoorden wederom het hoogst

Het was min of meer al voorspeld, maar de opmars van de lokale partijen is niet te stuiten. Stemde tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 ruim 23 procent van de kiezers op een lokale partij, op 19 maart jongstleden haalden de lokalen landelijk ruim 30 procent van de stemmen binnen. Dat impliceert een derde van het aantal zetels en daarmee komen de lokalen op een totaal van 2.880 raadsleden, waarvan 25 procent vrouw. In totaal gaat het over 835 lokale partijen.



De volgende partijen scoorden 10 of meer zetels: Lokaal Dinkelland (10), LVR Roermond (10), GBBL Landgraaf (11), Gemeente-belangen-borger-odoorn.nl (11), Kernachtig Wychen (11), Stads-partij Den Helder (11), Inwonersbelangen Hellevoetsluis (11), TOP/Gemeentebelangen Terneuzen (11), Leefbaar Capelle (12), Beter voor Dordt (14), Leefbaar Rotterdam (14), Wakker Emmen (15), ONS Spijkenisse (16). Een voortzetting dus van een succesvolle trend die reeds in 1994 werd ingezet. Toen al behaalden de onafhankelijke lokale partijen gezamenlijk de meeste raadszetels. In Locomotie (november 2013) voorspelde een optimistische André Krouwel, als politicoloog verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, dat er bij de verkiezingen van 19 maart weer kansen liggen voor de lokalen. Die zijn dus benut. Ter vergelijk: in 1986 waren de lokalen goed voor 12 procent van de stemmen.

Senioren grootste in Maastricht
Op 19 maart deden in 30 procent van de gemeenten méér lokale partijen mee aan de verkiezingen dan in 2010, zo bleek uit een enquête van Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad onder 380 gemeenten. Er namen ruim honderd partijen meer deel, vooral dankzij de komst van nieuwe lokale partijen en lokale ouderenpartijen. Die laatste categorie scoorde goed. In de Limburgse hoofdstad Maastricht werd de SPM (Senioren Partij Maastricht) zelfs de grootste van deze gemeente. Ook in de Noord-Hollandse fusiegemeente Hollands Kroon en Zandvoort werden door respectievelijk Senioren Hollands Kroon en Oude- ren Partij Zandvoort de meeste stemmen binnengehaald. In 16 procent van de gemeenten deden minder lokale partijen mee en in 54 procent van de gemeenten bleef het aantal gelijk.

VPPG-voorzitter Fons Zinken vindt het geen verrassing. “De kiezer begint langzaam te begrijpen dat volksver-tegenwoordigers niet beoordeeld moeten worden op hun landelijke politieke kleur, maar op hun ideeën over de toekomst van de gemeente en op hun kwaliteiten.”

Als fel pleitbezorger van strikt onafhankelijke politiek illustreert hij met: “Bij de kabinetsformatie werd het coalitie-akkoord aan de leden van de PvdA en VVD voorgelegd ter goedkeuring. De leden stemden in en zijn daardoor gebonden aan de uitvoering ervan.”

“Op het moment dat de bevolking gaat morren over de decentralisatie van de zorg is de positie van de PvdA- en VVD-raadsleden dubbelhartig. De kiezer voelt aan dat deze afhankelijke positie onbetrouwbaar is.”

Harder werken
Er zijn meer factoren die lokale politiek extra glans lijken te geven. Zo bleek uit een onderzoek van stemwijzer KiesKompas (waaraan eerder genoemde André Krouwel verbonden is) onder alle ruim 8.000 raadsleden van Nederland, dat raadsleden van lokale partijen gemiddeld twee uur méér per week aan het raadswerk besteden dan raadsleden van landelijke partijen.

Anders gezegd: ze werken harder. Ze hebben doorgaans meer binding met de gemeente en wonen er gemiddeld ook langer (29 jaar). Wel zijn ze vaak minder hoog opgeleid dan raadsleden van landelijke partijen. Zeker gezien het feit dat steeds meer belangrijke taken vanuit Den Haag naar gemeenten worden toegeschoven, is het van belang dat raadsleden goed beslagen ten ijs komen. Daarvan is ook Fons Zinken zich bewust: “De Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen biedt daartoe niet voor niets al geruime tijd scholing en vorming voor raadsleden aan zodat ze beter zijn toegerust voor het vaak ingewikkelde werk als volksvertegenwoordiger. Want helaas is het zo dat veel raadsleden zelfs de grondbeginselen van onze staatsinrichting niet kennen.”

In de eerder genoemde dagbladen zet Krouwel toch enige kanttekeningen bij de massale oprichting van nieuwe lokale partijen: “Mensen verliezen het vertrouwen in zittende politici en denken het zelf wel te kunnen. Het leidt tot een enorme versplintering. (…) Lokale partijen zijn vrij conflictueus. (…) Het kan een probleem opleveren bij het vormen van een gemeentebestuur en de stabiliteit daarvan.”

Fons Zinken vindt deze kanttekening onzin en in strijd met onze Grondwet. “Machthebbers gebruiken vaak het woord versplintering om de kiezers een oor aan te naaien. Een volksvertegenwoordiger dient als individu, zonder de last van partijdiscipline, zijn functie te vervullen. Alle raadsleden dienen, met veel respect voor elkaar, samen te werken aan het welzijn van de mensen in hun gemeente. Conflicten zijn een gevolg van de ongrondwettelijke coalitievorming. Daaraan doen zowel landelijke partijen als lokale partijen mee.”

70 procent in Simpelveld
De meeste onafhankelijke lokale partijen zijn in het zuiden van ons land te vinden. De NOS voerde in samenwerking met regionale omroepen een onderzoek uit naar de kieslijsten met dat als een van uitkomsten. In de Zuid-Limburgse gemeente Simpelveld ging zelfs 70 procent van de uitgebrachte stemmen naar een lokale partij. Ook in andere plattelandsgemeenten in Limburg werd hoog gescoord door de onafhankelijke lokalen: Meerssen (69 procent), Beek (67 procent), Stein (66 procent), Echt-Susteren (63 procent), Onderbanken (62 procent) en Beesel (60 procent). Landelijke partijen scoren daarentegen weer beter in de steden.

In ieder geval heeft ruim 41 procent van de Limburgse kiezers een vakje van een lokale partij rood gekleurd. Maar liefst 44 procent van de kieslijsten in Limburg bestond uit lokale groeperingen. In Brabant was dat zelfs 45 procent. In Flevoland was dat percentage ook 44, terwijl met 21 procent Groningen relatief de minste lokale partijen kent.

Conclusie: de lokalen maken een stevige opmars. Er deden zelfs 18 procent méér lokale lijsten mee dan bij de vorige raadsverkiezingen in 2010. Wat betreft de verdeling van de wethoudersposten zijn de lokalen als winnaars van de gemeenteraadsverkiezingen iets minder sterk in onderhandelen gebleken dan het CDA.

De onafhankelijken haalden 30 procent van de wethoudersposten binnen, overeenkomstig het percentage van de behaalde stemmen. Echter, de christen-democraten die met 14,3 procent van de stemmen 18 procent van alle raadszetels wisten te bemachtigen, sleepten maar liefst 22 procent van de wethoudersposten binnen. In Limburg en Noord-Brabant wordt evenwel bijna de helft van de wethouderszetels bezet door lokalen. In sommige gemeenten leveren zij zelfs alle wethouders.

Stappenplan OSF
OSF-voorzitter Jabik van der Bij: “De OSF is - dat spreekt - blij met het resultaat, dat mede bereikt werd door een intensieve campagne. Onder meer hebben we samen met de VPPG de publicatie ‘Gezamenlijke Politieke Agenda Regionale Partijen / Terug naar de menselijke maat´ gepresenteerd, een leidraad waarmee onafhankelijke partijen aan de hand van de thema´s ´economische kleinschaligheid´, ´wonen, leefbaarheid en bereikbaarheid´, ´onderwijs en zorg´ en ´cultuur en verenigingsleven´ hun programma´s konden schrijven. Daarnaast werden radio- en TV-spots uitgezonden.”

Hij kijkt nu echter al vooruit naar 18 maart 2015: verkiezingen Provinciale Staten. “Die zijn voor ons heel belangrijk, want de statenleden kiezen namelijk op 26 mei leden van de Eerste Kamer.

Wij willen er alles aan doen om onze zetel daar te behouden, maar helaas hebben we niet in alle provincies een sterke vertegenwoordiging. Voor de aanloop naar de genoemde verkiezingen heeft de OSF een stappenplan opgesteld. Onder meer gaan we samen met de VPPG, simpelweg uitgaand van de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen, op zoek naar de grotere, onafhankelijke partijen in provincies die voor ons een witte vlek vormen.

Vooralsnog zal het meeste werk moeten worden verzet in Gelderland en Brabant, maar ook in Flevoland hebben we contacten gelegd en natuurlijk willen we Zuid-Holland graag terug hebben in onze gelederen.”

Maarten Brorens

Locomotie

Blijf ook op de hoogte van de ontwikkelingen van de onafhankelijke politiek.
Abonneer je nu en ontvang Locomotie levenslang gratis in de bus. >